column van "de krekel"
Op deze pagina lees je de periodieke (maar niet noodzakelijk maandelijks)
column van "de Krekel". Deze mysterieuze motormuis schrijft er ongenuanceerd
op los. Vanwege de vrijheid van meningsuiting laten wij "de Krekel" gaan, maar zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud. Soms een tikkie brutaal, dan weer bourgondisch, maar altijd recht uit zijn hart. Deze Pan-European-rijdende motormuis heeft geschreven in:
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
juli 2004
juni 2004
mei 2004
april 2004
maart 2004
februari 2004
januari 2004
Zoals je van de Krekel mag en kunt verwachten heeft hij overal een mening over, zo ook over mobiliteit.
Ik heb je wel eens deelgenoot gemaakt van het feit dat de Krekel zowel in een
lease bak alsmede op een motor de wereld “onveilig” maakt. Om je
een voorbeeld te geven: met de auto zo’n 45000 en met de bike zo’n
20.000 per jaar.
Nu is er een regering in dit land die vindt dat om de mobiliteit te vergroten
er meer snelwegen neergelegd zullen worden, spitsstroken gekloond worden en
dit alles moet “al” in 2020 zijn gerealiseerd. Sterker nog: er is
een Minister die aangeeft dat wij van tevoren moeten weten hoe lang wij met
z’n alle in de file te komen te staan. Laat mij niet lachen, kost bakken
met geld en wij worden gezellig met z’n alle weer eens bij de neus genomen.
Mobiliteit (lees: met name files) zijn een hot item doordat werkelijk een ieder in dit land zich ergert aan volksport nummer 1 in dit land: gezellig naast en met elkaar in de rij staan. Zeker, er zijn figuren die niet in de rij staan: de zgn. motormuizen. En als die gasten in een keer in de rij staan dan kletsen ze met elkaar, geven elkaar de hand, lachen. En als het te lang zal duren dan drukken zij hun ijzeren ros aan de kant en roken een peuk en/of drinken een bak koffie.
En daar heb je naar mijn mening de kern van het probleem te pakken. In principe is wachten op elkaar geen probleem mits je gemoedsrust zodanig is dat je het wachten een plek kunt geven tussen je oren. Maar een overvolle agenda, gezeik aan de telefoon, driekwart van het loonvolk wat om kwart over acht moet beginnen en ook weer om vijf uur terug naar huis moet, te laat vertrekken, afspraken die uitlopen, etc. zorgen ervoor dat de weg die je moet vervolgen altijd te lang is. Simpelweg omdat de mens in Nederland probeert met zijn automobiel de tijd in te halen die ze als dan niet vrijwillig hebben verkwanseld. Dus iets in de geest van: de baas functioneert slecht, dus de medewerkers gaan op cursus.
Heren en Dames (ik weet niet hoe je Ministers aan moet spreken), kijk eens naar de motormuizen en ziet wat de psyche van mensen teweeg kan brengen in de omgang met mobiliteit. Het wordt eens tijd dat mensen in Nederland niet harder gaan werken maar slimmer.
En trouwens, ik ben voornemens om mijn auto medio januari 2005 de deur uit te doen en een fiets mij zijspan aan te schaffen. Sta ik dan wel eens in de file, jazeker. Maar met trots en veel plezier. En geloof mij dan is het wachten plotseling vertaald in genieten. En wie doet dat nog in dit land tussen acht en vijf, ik dan wel.
Met vriendelijke groet,
De Krekel. | naar boven
september 2004: gedicht "Het geronk"
Het geronk
Geboren in jaren vijftig, kind van verschillende landen,
Als 18 jarige, lang zwart haar, dan al gek op rook en rubber banden,
Vol trots, kijkend naar zijn eerste “ Fiets”,
Er waren er niet zoveel, maar voor mij was het meer als zomaar iets,
Maar de klok tikt verder, en mijn tijd staat niet stil,
Het gaat niet om de speed, maar maakt plaats voor een blijvende wil,
Nog steeds een beetje stoer, maar wel een beetje stroef,
Ben ik nog altijd een echte biker, en soms een echte boef,
26 jaar is eigenlijk best wel lang,
ietsjes meer als zomaar even,
Motorrijden is als bloed, ik heb het nodig om te leven
De Krekel. | naar boven
augustus 2004: De motorfiets en het gezin
Toen ik de afgelopen week mijn zolder aan het opruimen was kwam ik vele zaken tegen waarvan ik niet meer wist dat ze nog bestonden. Je moet dan denken aan dozen vol met o.a. motorbladen, oude kett jassen, etc. Maar ook dozen met foto’s. En hoewel mijn kinderen nu inmiddels (of moet ik schrijven: pas) 16 en 18 jaar oud zijn realiseer ik mij wel dat ook hun jonge leven vol met motorprikkels zit.
Zo heb ik van die foto’s waarop ik met mijn Honda 750 voorzien van rickmann kuip sta met mijn dochter zwaaiend op de tank of een gifgroene MZ met zijspan met een klein manneke achter de plastic ruit. En als ik zo bladerend door de foto’s ga, dan bespeur is volop nostalgie. Nostalgie in de zin van dat het berijden van de motor vanaf 1979 tot en met 2004 wel een verdomd lange tijd is waarin ik/wij veel mee heb mogen maken.
Je bent pas getrouwd, je koopt je eerste huis en hebt dus geen cent te makken maar er staat wel een Suzuki DR 500S in de garage tussen de kinderfietsen en allerlei rotzooi. Je moest bewust rijden want de benzine moest betaald worden, en wij moesten het rustig aan doen. Je gaat op je plaat, Suzuzki naar de verdommenis en dan kom je bij een boer een Suzuki T500 tegen. Voorzien van weinig kilometers en letterlijk onder het stof van 2 jaar stilstaan. Dan heb je weer wat.
Je kinderen worden groter, en het poetsen op de zaterdag wordt uitgebreid met kleine kinderhandjes die je gaan helpen. Die vragen gaan stellen in de zin van wat is dat, is dat een….etc etc. Gezellig je bussen met poetsmiddel omver lopen en met hun witte schoentjes de keuken binnen lopen waarna mijn vrouw mij iets toeroept wat ik niet vertaalde als onvervalste en wederzijdse genegenheid, maar dit terzijde.
Ik heb eigenlijk vanaf mijn achttiende altijd twee of drie wielen in mijn bezit gehad en mijn gezin dus ook. De motor is niet meer weg te denken na de vele jaren van zijn aanwezigheid en is voor ons net zo vanzelfsprekend als eten en drinken. Zij wij lid van een club: nee. Rijden wij al jaren hetzelfde merk: nee. Maar hoe leg ik uit dat een motorfiets een onderdeel van je leven kan zijn. Het gaat ons goed, wij zijn gezond en er staan nog steeds twee motoren in de “ garage”.
Misschien helpt het de ongelovigen als ik zeg dat De Krekel en zijn echtgenote nog immer 10.000 kilometer per jaar rondrijdt, en op zo’n warme zomeravond op e.o.a. dijkje een sigaretje opsteekt, elkaar aankijken en genieten. God, wat is het leven eigenlijk simpel. Jammer dat alleen motorrijders dit beseffen, toch…
Ik ga nu met vakantie. Nee, niet met de motor maar met het vliegtuig naar Indonesië.
Ik wens de lezer en zijn dierbaren een prachtig motortijd toe. Geniet, aai en
poets. En ik groet de Aprillia rijder die in één vloeiende lijn
de afslag Apeldoorn/Amersfoort nam. Prachtig om te zien en gelukkig voor jou
keek ik in mijn spiegels. Maar mooi was het wel, bravo.
De Krekel. | naar boven
JULI 2004: Motoren, is dit vrouwelijk of mannelijk!
Ooit is de motor uitgevonden. De geschiedenis heeft mij in het ongewisse gelaten
of dit nu door een man of door een vrouw is gebeurd. Op één of
andere manier dreunt deze vraag nog steeds door in de huidige motorwereld. Ik
lees in de diverse motorbladen dat er gesproken wordt over een fiets, geschikt
voor vrouwen! Een fiets geschikt voor vrouwen? Mm, wat moet ik mij daar nu bij
voorstellen. Natuurlijk weet ik ook wel dat het gros van de vrouwen kleiner
is dan de mannen. Dus lastig om met de voetjes bij de grond te komen, lastig
met effe een voetje erbij als je naar een stoplicht moet rollen omdat een vierwielige
mongool denkt dat het langzaam uitrollen met een auto hetzelfde is als met een
motor.
Natuurlijk is dat lastig, maar volgens mij zijn er ook kleine mannetjes met
korte beentjes en lange vrouwen met lange benen.
Maar de techniek zorgt ervoor dat een enkele simpele aanpassing aan de fiets zorgt voor een prima bereikbaarheid voor de wat “ kleinere “vrouw en de wat “ kleinere “ man. En een 250 cc is geen vrouwenfiets. Maar een motorfiets met 250 cc blok die, mits goed bereden, vele buikschuivers in het prachtige Westerwald het snot uit de ogen zal rijden. Laten wij nou eens stoppen met dat verrekte taalgebruik en waardeoordeel over mannen op een zware en vrouwen op een lichte. Dat is simpelweg niet waar. En mocht je denken, klets maar raak. Moet jij mijn vrouw op de Pan zien rijden. Kost mij, nonderjuu, steeds een nieuwe achterband. Rij ik rustig dan doet zij erg haar best om bij tijd en wijle gezellig een rotonde op een zeer onfatsoenlijk wijze burgemeester te maken. Zelf rijdt zij een Intruder. Nee, niet omdat een chopper voor vrouwen is. Maar simpelweg omdat ze het een mooie betaalbare fiets vindt die met enige aanpassing goed stuurt, en verder zijn er geen redenen.
En in juli ga ik op vakantie naar de Oost. En wie daar ooit is geweest weet dat vrouwen daar op motoren rondrijden die qua cc´s niet anders zijn dan die van de mannen aldaar. Mocht je ook hieraan twijfelen dan stuur maar een mail aan motormuizen.nl waarna ik je wellicht het adres zal geven van een vrouwelijk familielid die werkelijk als geen ander op een Honda 250 cc met zijspan de vouwen uit je broek rijdt. Mannen/Journalisten van Nederland…. stop met zeiken.
De Krekel.
PS: een vent voorzien van een bierpens met de omvang van een zeug, staat niet en stuurt niet. Sorry beste man, zelf gezien op 1 juli op de A15 om 19.00 uur in de avond. Wel een mooie Duc. | naar boven
JUNI 2004: Motorrijden in geuren, kleuren en nattigheid
Toen ik de afgelopen dagen weer eens op mijn Pan over de A 15 snorde zat ik weer eens te bedenken waarom ik motorrijden na vele jaren nog steeds leuker vind als mijn zwarte lease BMW.
Al denkend en peinzend kwam ik tot de conclusie dat motorrijders wellicht een sterke drang hebben naar ruimte om zich heen, regelmatig snuiven aan de lucht en de mest op verre afstand ruiken. Ontdekken dat het landschap verdeeld is in kleuren en als eerste donkere wolken zien verschijnen die zorgen voor de rimpel in het voorhoofd en de rilling over de rug.
Maar ik heb gemerkt dat ik ook andere zaken opmerk en ondervindt als motorrijder.
De druppels vocht vanuit de ruitensproeier, de lichtvonken als er een sigaret
uit een auto wordt gewipt en het geluid van de vogels die zich storten op het
achtergelaten zwerfvuil bij de parkeerplaatsen.
Geen zaken die bij het motorrijden passen, maar het wel de extra geuren en kleuren
zijn die wij geheel gratis tot ons mogen nemen.
Nee, kijk maar eens om je heen. Over het algemeen zijn motorrijders bewust
bezig met hun sport, wellicht een (tijdelijke) manier van leven, denken en voelen.
Motorrijders lopen naar een prullenbak om hun zwerfvuil erin te deponeren, schieten
peuken op een veilige manier weg en stoppen als ze een `vuile ruit`hebben.
Motorrijden is ontspannen en schijnbaar uit zich dat dan in de totale wijze
van je denken en handelen.
Geloof mij, in een auto is dit echt heeeel anders!
Volgende week moet ik weer veel autorijden en nu maar hopen dat ik tussen het bellen, het schrijven, het roken, het zoeken en het tanken mij bewust zal zijn van mijn omgeving, van wat ik eigenlijk doe en wie ik ben.
Maar weet je, ik ben bang dat het volgende week niet zal lukken. Dus ben ik
voor een week maar weer iemand anders. Maar wel één die tijdens
de zoveelste file in zijn spiegels kijkt of het tijd wordt om de doorgang te
verbreden.
Houden jullie dan een beetje rekening met mij, dat zal ik proberen net te doen
of ik een motorrijder ben. Fijne kilometers.
De Krekel.
PS: 3 tot en met 5 juni snor ik met de Pan door het Westerwald, ook leuk. | naar boven
MEI 2004: Motorrijderes en hun kameraadschap
De Krekel….
Beste lezer, zoals je waarschijnlijk weet ( ik ga gemakshalve van uit dat je
mijn eerdere verhalen gelezen hebt) is de Krekel een ondernemer in het westen
van het land en inmiddels nog een onderneming “ rijker “.
Inderdaad ik heb nu twee ondernemingen die er voor zorgdragen dat ik veel mensen
ontmoet, vaak in restaurants vertoef en gesprekken aan ga.
Wat ik vaak merk is dat de mentaliteit in dit land een mentaliteit is die uiteindelijk niet oprecht blijkt te zijn, doordrongen is van afgunst en cynisme en de buitenkant van de mens laat zien, en niet de binnenkant.
En als ik na een week van ploeteren mijn kantoor uitstap en steeds vaker niet in mijn lease auto stap, maar op mijn donkerblauwe Pan en dan kan ik na ruim 25 jaar nog steeds volop genieten. Maar voordat ik het geronk tot mij door laat dringen loopt er een motorrijder langs mijn kantoor warmee ik binnen enkele seconden oogcontact heb, en heel snel daarna staan wij te praten over motoren, wat voor een model wij rijden, etc.etc.
Kijk, als de verrotte diep gewortelde mentaliteit in dit land een voorbeeld wil hebben hoe het nu anders zou kunnen, kijk dan eens naar de kameraadschap die er is onder motorrijders. Zwart, wit, man, vrouw, met of zonder diploma´s, homo, lesbo, jong of oud het maakt niets uit.
Er is gemeenschappelijkheid, draagkracht, begrip en binding. Door een simpel stuk ijzer. Een simpel stuk ijzer, zonder gevoel en zonder emotie. Het brengt emotie en begrip teweeg omdat wij het willen.
Kameraadschap kun je niet dwingen dat moet je voelen en willen.
En dat hebben motorrijders met elkaar gemeen en misschien is dit het wat anderen
om mij heen eens zouden moeten beseffen. Dan komt het vast goed met dit land.
| naar boven
april 2004: Motorrijden en hun outfit
Als ik op een dag mijn Pan weer uit de garage haal omdat ik heb besloten de stress en drukte even achter mij te laten heb ik nog steeds na 25 jaren last van een vorm van gezonde spanning. Je kent het vast wel, zo´n bibberend gevoel in de buik, je fiets na lange tijd weer te zien staan en voordat ik ga rijden, hem een klopje op zijn rug te geef en hem weer begroet.
Ik trek mijn jas aan, stop mijn shag in de jas en kijk of de mobiel op mijn lichaam zit. Steek de sleutel in het contact en luister met een glimlach naar het geluid van de bike. Pothelm op, en rij als een puber glimlachend de wijk uit op zoek naar allerlei zaken.
Wat ik mij realiseer is dat ik mij nooit afvraag of mijn kleding wel veilig is. Ik ben zo’n figuur die twee soorten jacks in de garage heeft hangen. Een lederen jack van 20 jaar oud en een kunststof jas die ik alleen maar gebruik als het boven in de lucht donker is, maar dan ook heel donker. Een paar afgetrapte bergschoenen, model 1900 en een paar leren handschoenen die eigenlijk aan vervanging toe zijn. Over mijn pothelm nog maar te zwijgen. (Overigens, mijn fiets glimt ten alle tijde).
Een éénmaal onderweg zie ik toch een partij kleuren om heen.
Flitsende pakken, jassen met franjes, broeken met lichtgevende strepen, strakke
laarzen en helmen waar je 25 jaar geleden staande voor werd gehouden omdat de
“Kit “ het niet vertrouwde. Afgelopen zondag ben ik sinds lange
tijd weer eens naar een motorzaak geweest waar rekken vol hangen met, in mijn
optiek, toch wel erg prijzige spullen.
Dus mijn vraag is… moet dit nu allemaal! Een helm voor 800 Euro of nog duurder, pakken van 1500 Euro, een paar handschoenen van weet ik hoeveel. Doe maar. Het is toch veel leuker om simpelweg in je spijkerbroek (en eventueel een regenbroek bij je) op weg te gaan naar verre oorden.
Alles in dit land wordt voor je geregeld, of je nu wilt of niet. Zelfs de motorbladen (althans de meeste die ik lees) doen aan de mode mee door te laten zien dat je zonder dat je een hele koe aantrekt, je niet meer zou kunnen genieten. Flauwekul!
Ga je op je plaat, dan ga je op je plaat. Ik ben een grote jongen en blijf een grote jongen. Zeker, het is veiliger en wellicht lekker opvallend. Maar als je denkt dat motorrijden bestaat uit veiligheid en lekker opvallen dat ga ik nu een geheim met je delen. Motorrijden betekent het lot tarten, en opvallen zul je altijd. Dat komt namelijk door je motor en de wijze waarop je de weg gebruikt, al rij je in je nakie.
En anders: gewoon je bike verkopen en een automobiel met afschroefbaar dak
aanschaffen. Gezellig op zondag in de rij gaan staan. Is vast ook leuk, maar
anders.
De Krekel | naar boven
maart 2004: Motorrijden onder de rokken van Moedertje Overheid
Ik ben geboren in 1958 en heb op achttien jarige leeftijd mijn motorrijbewijs gehaald. In die tijd kon je nog met een “L “ op je kentekenplaat een bepaalde omgeving in je woonplaats gebruiken als oefenpiste om ervaring op te doen. Mijn eerste motorfiets, een Kawasaki 500 Mach 111 araison van 1500 gulden. Zo’n oranje duivel met gillende uitlaten, clipons en kunststof tanktas. Een pothelm met uvex bril (is nooit meer verdwenen) en een lookwell lederen combi met daaroverheen een Kett jas. Je kocht een motorblad wat bestond uit een soort krantenpapier en de 24 uur van Oss was de ultieme belevenis.
Dit weekeinde heb ik sinds lange tijd een paar motorbladen aangeschaft en mij verbaasd. Verbaasd over de enorme schare aan winkels, de test van een motor die ik in vele bladen terugzie, advertenties die van alles en nog wat beloven als wind en waterdicht, etc etc. Vervolgens lees ik dan op zaterdag diverse kranten en zie dat de overheid op zoek is naar geld, en je kunt er dus op wachten dat e.o.a. idioot in Den Haag of Brussel de motor gaat (her)ontdekken. Op de televisie zie ik een stelletje rondrijden die pamfletten aan het uit delen zijn om begrip te kweken voor motorrijders en dat met een hoofd, voorzien van plat haar, staan te vertellen voor een camera in het oog van het land, en dus de politiek.
Begrijp mij goed, het pamfletten verhaal staat bol van de goede bedoelingen maar mist de intentie op alle fronten. De politiek is simpelweg niet gevoelig voor meningen van doelgroepen die geen bedreiging vormen voor moedertje overheid en dus vriendelijk geplukt kunnen worden. De motorzaken moeten fuseren, en verplicht zijn om dit land te overspoelen met ladingen eenheidsworsten aan motorfietsen om het hoofd boven water te houden. En het alles wat bij de hobby leven hoort -door de politiek – zal worden uitgemolken tot de laatste druppel, ondanks MAG, KNMV, etc.etc.
Maar wat mij het meeste stoort is de mentaliteit van motorrijders zelf die schijnbaar van deze tijd is. Lees de bladen en huiver: een 250 cc is een motortje, een niet zelf uitschakelend knipperlicht is niets waard, een lage motor is een vrouwvriendelijke motor, handels die niet te verstellen zijn zorgen voor minder comfort en een ruit op de motor die bij 150 of meer voor wervelingen zorgt kan echt niet.
De tendens die zich nu aan het ontwikkelen is vind ik zorgelijk. De officiële instanties die de belangen zouden behartigen voor motorrijdend Nederland vertonen in beginsel gedrag wat wel erg in de smaak zal vallen van de politiek. De mentaliteit is één aan het worden van “verdienen ten koste van” en als wij niet opletten is de motor binnenkort het vijfde wiel aan de wagen.
De evolutie van de motor is als die van de wereld en natuur. De bing bang komt maar er zal daarna weer een vorm van (motor)leven ontstaan. En als je niet wilt dat je wordt opgegeten door de politiek, misschien is nu de tijd aangebroken voor de eenvoud en stilte van beleving.
Ook ik heb meegereden in de “optocht” om de invoering van de BVB tegen te houden. En ik hoef je niet te vertellen wat een geweldig resultaat er tenslotte is neergezet, politiek bedankt.
Laat Zalm en zijn kornuiten vooral poseren met een helm op en laten zij zich vooral positioneren als “echte” motormuizen om anderen het gevoel te geven hoe zij zich kunnen inleven. Kijk naar hun ogen, dat zijn pas bikers.
Want motorrijders zijn naïef, die trappen toch overal in, toch…?
De Krekel | naar boven
februari 2004: motorrijders, integratie en anonimiteit
Ik reis voor mijn onderneming een keer of zes per jaar richting de Oost. Behalve dat het veel beter motorweer is dan hier, ben ik in de loop der jaren ook eens gaan letten op de wijze waarop motorrijders daar met elkaar om gaan. En ik kan weinig parelen trekken met wat zich hier af speelt. Lees je mee?
Wij leven hier in een maatschappij waarin iedereen haast heeft, graag wil vertellen aan iedereen die horen wil hoe druk het is, ongeduldig worden als wij in de rij moeten staan tijdens ons wekelijks pinrondje maar vooral een duidelijke anonieme mening hebben over van alles en nog wat maar enigszins afwijkt wat bij je zelf hoort. Verontrustend om te constateren is dat logge apparaten als de diverse belangenorganisaties er alles aan doen om automobilisten en motorrijders begripvol met elkaar om te laten gaan. Maar het is schijnbaar zeer moeilijk te begrijpen dat motorrijders en automobilisten twee verschillende werelddelen zijn. Motorrijders hijsen zich in hun pak en krijgen plots een ander gevoel over hun body, klappen hun vizier dicht en krijgen een anoniem maar zeer prettig gevoel, wurmen zich door files en zullen daar tenslotte weinig begrip voor krijgen en hebben de emotie van integreren op hun netvlies staan. Want, wat te denken van….Het maakt geen donder uit welk geloof, sekse of kleur je onder je pak meedraagt, motorsport verbroedert. De motor is het toppunt van verdraagzaamheid en tolerantie. Vreemd!
Maar ook in deze tak van beleving doen zich zaken voor die benoem als maatschappelijk verschijnsel. Plots zijn er belangengroepen nodig, is het gebruik van overmatig alcohol en de motor voer voor de pers en overheid, beslist één of andere idioot in Den Haag en/of Brussel dat ik echt niet zelf kan besluiten dat 100 PK voor een fiets te weinig of teveel is en door een groeiende afzet van de afgelopen jaren is elke fiets die je koopt, 24 uur later omgedoopt wordt door zo'n puberale verkoper als zijnde “ ja, maar het is wel een oud model”.
Kappen! Als jij en ik weten dat de motor grensoverschrijdend is voor de man of vrouw die daar de passie in ontdekt, actief meedoet aan integratie (wellicht zonder dat je dat zelf in de gaten hebt) en in deze idiote wereld een stukje anonimiteit gewoon prettig is wat is dan belangrijk?
Motorrijders zijn mensen die anders zijn als de massa, zich onderscheiden en kunnen ouwehoeren over hun fiets en wel op een zodanige wijze dat je partner zou kunnen denken dat je vreemd gaat. Dus een ieder die zich met mij wil meten aangaande dit stuk van mijn leven hierbij mijn oprecht advies: oprotten van mijn erf, want je begrijpt er niets van.
Motorrijders zijn mensen in al hun eenvoud die, als ze niet met hun passie bezig zijn, gewoon hun helm niet op hebben en even iemand anders zijn. | naar boven
januari 2004:
introductie
Geachte lezer,
Een nieuw "schrijfwonder" mag zich kort aan U voorstellen. Mijn naam is Edwin, ben 45 jaar, ondernemer in het MKB, woonachtig in Westervoort, rij ook een geweldige Pan 1100 en ben ruim 25 jaar getrouwd met een motorrijdster en moeder van onze kinderen.
Ik rij nu sinds 1978 o.a. op twee wielen (ook een stevige tijd op drie wielen rondgereden, maar dit terzijde) en heb ook die wereld zien veranderen. Ik ga zeker geen proefschrift publiceren over hoe geweldig en mooi het vroeg allemaal was. Ik ga zeker niet vertellen over koude handen, kranten onder je Kett-kleding, afgebroken clipons en mijn eerste vier in één. Nee, maar waar ik het deze keer wel over wil hebben is de motorrijders mentaliteit die in mijn beleving en gevoel nu echt anders is. Als ik de bladen mag geloven is het onmogelijk geworden om zonder VRO opleiding (deel tot en met 97) een bocht normaal te nemen, moet je minstens 750 cc rijden anders worden motorfietsen met minder cc's afgeschilderd als fietsjes en winterfietsen, de Gps op komst is dus donder de tanktas, met doorzichtig voorvak, in de prullenbak en moet je lid zijn van een merkenclub anders tel je niet mee. En zwaaien doen wij allang niet meer.
Ik vindt motorrijden iets hebben met vrijheid, emotie, onderbuikgevoel en op zaterdag met een flesje bier en sigaret poetsen tot je een ons weegt, om in de avond nog een keer de garage in sluipen om simpelweg te kijken, en mijn hand de buddy aan te laten raken. Motorrijden moet niet zijn zoals vroeger, maar zoals vandaag zonder vroeger te vergeten. Willen en kunnen genieten van het verleden is heel wat anders dan steeds maar in ons denken te verankeren- dat alles, maar dan ook alles om ons heen anders moet. Soms is stilstaan heden ten dage een overpeinzing waard, ook voor onze motor. Een rijbewijs behalen is leuk, maar volgens mij allang bepaald. Volgens mij ga je niet motorrijden, maar ben je een motorrijder. En voor de mensheid onder ons die de laatste jaren het wilde worden: een dikke fiets, een stevige leren jas die al zwabberend een rotonde pakt zorgt bij mij voor een prima glimlach onder mijn pothelm met bril. Komt allemaal goed.
Groeten uut Westervoort. | naar boven